Romijn heeft die middag een fijn gesprek met zijn vader. Over voetbal.
Over dat het niet om winnen gaat, maar om spelen. Om samen zijn.
Opgewekt fietst hij naar de training.
Als hij later thuiskomt, is zijn vader buiten bezig. Het eerste wat hij vraagt: “En, gewonnen?”
Romijn kijkt hem even aan.
“Nee, maar dat hoefde toch ook niet?”
Tess gaat samen met haar dochter Luna naar de verjaardag van buurvrouw Katja.
Tijdens de verjaardag maakt Tess een compliment over Katja’s nieuwe jurk.
’s Avonds vertelt ze haar man lachend dat Katja “wel een vuurtoren leek.”
Luna hoort het, en zegt: “En jij zegt altijd dat ik niet mag liegen en nu doe jíj het wel.”
Kleine momenten met grote betekenissen.
Frank Kuhlmann neemt opgroeien serieus.
Al dertig jaar doet hij dat samen mèt kinderen.
Hij begeleidt ouders, leerkrachten, opvoeders
en organisaties in het contact mèt kinderen.
En waar het even stokt komt hij met inzichten
die bij kinderen/jongeren ingang vinden.
Kinderen doen mee in opgroeien.
Altijd al zo geweest.

Als kind las hij mensen. Op straat, op het veld, aan het water.
Later vond hij literatuur waar zijn alledaagse ervaringen en belevingen samenvielen.
Hij werkte ruim dertig jaar in het basis- en speciaal onderwijs. Wat hij van kinderen leerde, ging over kinderen.
In zijn boek 101 Kort&Klein Kinderen (2026) laat hij zien dat hij niet óver kinderen schrijft. Hij schrijft mét hen.
Hij kijkt toe en schrijft op. Aan tafel. In de gang. Op het schoolplein. Daar waar opgroeien niet gepland wordt, maar gebeurt.
Zijn verhalen zijn geen adviezen. Het zijn observaties.
Een uitnodiging om samen mét kinderen op te groeien.
Wat laat het kind zien, horen of doen? Kleine, alledaagse momenten – tandenpoetsen, wachten, ruzie – dragen grote signalen. De kunst is ze te zien vóórdat je reageert.
Hoe wordt dit door volwassenen benoemd, begrepen of misbegrepen? Taal maakt gedrag zichtbaar of onzichtbaar. Wat je het noemt, bepaalt wat je ermee doet.
Wat vraagt dit moment concreet van de volwassene? Vertragen. Luisteren. Samen denken. Niet oplossen, maar aansluiten bij wat er al is.
Tientallen Kort&Klein-verhalen, geschreven vanuit alledaagse opvoedsituaties. Licht, poëtisch, observerend. Het kind spreekt mee tussen de regels.
Introductie
Ze willen alles zelf doen. De lepel, het beslag, het omscheppen. En ze morsen. Altijd. Toch is dát het moment waarop iets wezenlijks gebeurt – als je durft te wachten.
Luisteren
Er is een verschil tussen een kind dat zeurt en een kind dat herhaalt. Weet u het verschil? Het ligt in de oren van de luisteraar.
Grenzen
Grenzen zijn geen maatregel, maar een voelervaring. Ze leren pas iets als een kind ze zelf tegenkomt – niet als ze worden opgelegd.
Vertraging
Niks doen is soms het meeste doen. De pedagogische kracht van stilhouden.
Herhalen versus zeuren
Het verschil zit in de luisteraar, niet in het kind.
Imperfectie als opvoedkracht
Fouten maken is leren. Voor kind én volwassene.
Vertragen & pas op de plaats
Actie is niet altijd de beste interventie.
Luisteren vóór sturen
Aansluiting voor richting. Altijd.
Grenzen als voelervaring
Grenzen die gevoeld worden, werken. Grenzen die opgelegd worden, niet.
Opvoeden als relationeel gebeuren
Het kind doet altijd mee – ook in beleid en organisatie.
Reflectieve, betrokken ouders die het anders willen doen – en zoeken naar wat dat betekent.
Professionals die voelen dat er meer is dan gedragsmanagement en protocollen.
Organisaties die het kind willen meenemen als echte belanghebbende in hun beleid.
Organisaties die werken met of voor kinderen en hun governance willen verankeren in kindverstaan.
Werkwijze
Kort&Klein
Locatie
bestaande school/organisatie materialen
hoofd hart handen
kinderend
Nederland
Een kind telt 's avonds aan tafel de bonen op zijn bord.
Niet uit koppigheid. Maar omdat mama een bepaald aantal had beloofd.
Kinderen lezen het gezin, de klas, de stemming aan tafel.
Zonder handleiding. Zonder dat iemand het hun vraagt.
Ze zien waar woorden niet kloppen.
Ze voelen wat niet wordt gezegd.
Ze kinderen.
In dit boek staan 101 verhalen over alledaagse momenten.
In de gang. Aan tafel. Op het schoolplein. Onderweg.
Verhalen die iedereen herkent — van hoe het was, en hoe het is.
Ze ogen klein. Ze zijn scherp wanneer je ze kinderend leest.
Dit boek wil niet alleen gelezen worden.
Het wil mee opgroeien.
En hij had een opmerking
over “concentratie bij rekenen”
maar geen leraar had opgeschreven
dat hij ’s avonds aan tafel
de bonen op zijn bord telde
om het aantal te checken dat mama had beloofd.
— Fragment uit: Thuisrapport
Niksen
...
Mijn kind vroeg:
“Waarom kijk je zo moeilijk?”
en ik zei:
“Omdat de koffiemachine me alweer heeft afgewezen
en ik vandaag drie dingen moet doen
waar ik eigenlijk geen zin in heb,
waarvan één een vergadering is
over vergaderingen.”
Hij knikte,
alsof ik zojuist was toegetreden
tot de Geheime Club van Mensen
die dingen stom vinden.
...
HELDerheid
Je stond tussen ons in,
tandenborstel in de hand,
blik schuin omhoog
alsof je een live-uitzending volgde
van het Grote Ouderlijke Discussiedebat:
"Mag hij vanavond nog een filmpje?"
Ik zei:
"Alleen als hij al gepoetst heeft."
Jij zei:
"Nou, één klein filmpje kan nog wel tussendoor."
Waarop ik:
"Maar dan moet het wel educatief zijn."
En jij:
"Of gewoon iets met dino’s, dat is ook leren."
...
Onderhandelaren
...
Ze schuifelen erheen,
alsof het een straf is.
Maar een kwartier later
brengen ze mij een papieren plan
vol spellingfouten
en briljante logica:
“Als jij nu elke dinsdag mijn dino leent,
krijg ik jouw stiftenset op vrijdag –
behalve de roze. Die is heilig.”
Ik zeg alleen: “Dankjewel.”
En glimlach.
Omdat bruggen pas stevig zijn
als je zelf de stenen hebt gekozen.
Raak niet in paniek
...
Je kind kijkt naar jou
zoals iemand kijkt
naar een brandblusser
waarvan je niet zeker weet
of hij werkt.
Je voelt het borrelen –
de drang om iets te doen,
om te sissen, te grommen,
je af te vragen wie in hemelsnaam
glas geeft aan mensen
die nog klei tussen hun vingers hebben.
...

te weten waar (mee bezig) te zijn

te weten wat te doen

ook wanneer je het niet weet
Instagram
LinkedIn
Youtube